4.9

Geschillen tussen vennoten in een vennootschap onderfirma

De vraag rijst wat de mogelijkheden zijn wanneer vennoten in een vof in een geschil geraken en hoe hiermee in de praktijk wordt omgegaan? De geschillen zijn vaak van dien aard dat een bodemprocedure niet kan worden afgewacht, zodat de rechter in kort geding dient te beslissen.

Twee vennoten waren een vennootschap onder firma aangegaan en kregen twee jaar later een groot geschil onder meer over de vraag welke financiële afspraken zij hadden gemaakt. Het geschil wordt in een kort geding behandeld wegens een spoedeisend belang.

De rechter onderzoekt vervolgens de betrokkenheid van beide vennoten bij de dagelijkse gang van zaken. Geoordeeld wordt dat vennoot B de onderneming de afgelopen jaren draaiend heeft gehouden en dat vennoot A niet of nauwelijks bij de dagelijkse bedrijfsvoering betrokken is geweest. Tevens staat vast dat vennoot B zorg draagt voor in- en verkoop en ook leiding geeft aan het personeel, terwijl vennoot A het grootste gedeelte van zijn tijd aan andere activiteiten besteedt. Door vennoot B zijn ook verklaringen van het personeel, klanten en toeleveranciers in het geding gebracht waaruit blijkt dat zij tevreden zijn en graag met vennoot B verder willen. Verder betrekt de rechter in zijn oordeel dat van belang is dat persoon B geen enkele bron van andere inkomsten heeft, terwijl dat voor persoon A anders ligt.

De rechter oordeelt vervolgens dat vennoot A zich uit dient te schrijven uit het handelsregister en in te spannen om bij de ING Bank zich uit te laten schrijven als vennoot alsmede om zijn bankpas aan vennoot A te verstrekken een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat hij in gebreke mocht blijven, alsmede wordt bevolen dat hij zich niet meer in het pand van de onderneming mag begeven. Ons kantoor stond vennoot B die de onderneming voorlopig mocht voortzetten. De uitspraak is te raadplegen middels deze link: klik hier.